Auteurs van deze pagina: Conja Adriaanse en Simone Besseling
0. Praktische informatie voor taalonderzoek
Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Het Tamil wijkt in verschillende opzichten af van het Nederlands. Hierdoor kunnen, als gevolg van transfer, problemen ontstaan in de fonologie, morfologie, syntaxis en/of pragmatiek in de Nederlandse taal. In de lijn der verwachting zouden de volgende punten genoemd kunnen worden als transferproblemen.
Kinderen kunnen moeite hebben met het onderscheid van stemhebbende en stemloze klanken.
Kinderen kunnen moeite hebben met de productie van de klanken /s/, /z/, /ɣ/, /ʒ/, /h/, /f/, /v/, /b/, /d/, clusters en tweeklanken.
Lidwoorden zouden weggelaten kunnen worden.
Bijvoeglijke naamwoorden kunnen onvervoegd gebruikt worden.
Woorden kunnen in een verkeerde zinsvolgorde geplaatst worden waarbij naar verwachting het werkwoord op de laatste positie in de zin wordt geplaatst.
Werkwoorden en voornaamwoorden kunnen weggelaten worden.
Kinderen kunnen moeite hebben met de vergelijkende of overtreffende trap aangezien dit in het Tamil niet voorkomt.
Oudere kinderen moeten de klank-tekenkoppeling van een alfabetisch schrift als het Nederlands in zijn geheel leren omdat het schriftsysteem van het Tamil uit symbolen bestaat.
Mogelijke vragen met betrekking tot specifieke TOS-elementen.
Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Tamil is nodig om specifieke TOS-elementen aan te kunnen wijzen in deze taal. Onderstaande vragen zijn gericht op algemene TOS-elementen die verduidelijking kunnen geven of er taalproblemen zijn in het Tamil.
Kan het kind alle klanken van het Tamil maken?
Heeft het kind moeite met de uitspraak van bepaalde klanken?
Laat het kind klanken of lettergrepen van een woord weg?
Is het kind verstaanbaar voor onbekenden?
Laat het kind verplichte zinselementen weg (werkwoorden, naamwoorden)?
Kan het kind lange (samengestelde) zinnen maken?
Kan het kind woorden vervoegen (werkwoorden, naamwoorden)?
Kan het kind vraagzinnen formuleren?
Kan het kind een zin ontkennend maken?
Kan het kind een verhaal overbrengen?
1. Algemene informatie over het Tamil
Het Tamil is een Dravidische taal, en wordt hoofdzakelijk gesproken in de provincie Tamil Nadu in Zuid-India, Sri Lanka en Singapore. Het is de officiële taal van de Indiase deelstaat Tamil Nadu en heeft ook een officiële status in Sri Lanka en Singapore. Populaties die Tamil spreken zijn ook gevonden in Maleisië, Mauritius, op de Fiji-eilanden en in Zuid-Afrika. Met meer dan 77 miljoen sprekers is het Tamil een van de meest gesproken talen op de wereld. Bijzonder is dat deze taal door de jaren heen nauwelijks is veranderd. Boeken van honderden jaren geleden zijn nog steeds leesbaar voor de huidige populatie.
Het Tamil is een diglossietaal, dit betekent dat er een groot verschil is tussen de geschreven vorm van de taal en de gesproken vorm. De geschreven vorm wordt gezien als prestigieus en wordt gebruikt in formele situaties terwijl de gesproken vorm de meest gebruikte vorm is in de communicatie en wordt gebruikt in informele situaties. In dit stuk gaat de aandacht uit naar de gesproken vorm van de taal.
Dialecten
Er zijn vele dialecten van het Tamil. De verschillende Tamil dialecten voor India zijn: Central Tamil dialect, Kongu Tamil, Madras Bashai, Madurai Tamil, Nellai Tamil. In Sri Lanka worden de dialecten Batticaloa Tamil, Jaffna Tamil en Negombo Tamil gesproken. Over het algemeen onderscheiden de verschillende dialecten zich van elkaar op basis van hun fonologie. Daarnaast hebben in India verschillende dialecten een groot aantal eigen woorden. In Sri Lanka bestaat het Tamil weer uit verschillende leenwoorden uit het Portugees, Nederlands en Engels.
Religie
Van de Tamil Nadu bevolking is zo’n 85% hindoe, ongeveer 5% is moslim en ongeveer 5% is christen. Ook in Sri Lanka is het merendeel van de Tamil sprekers hindoe en een klein deel christen.
Schriftsysteem
In onderstaande figuren wordt de geschreven vorm van het Tamil weergegeven. Het schriftsysteem komt niet overeen met het Nederlandse systeem. De aandacht op deze pagina gaat uit naar de gesproken vorm daarom zal er verder niet ingegaan worden op de geschreven vorm van het Tamil. Deze overzichten staan hier enkel om het verschil tussen het Latijnse alfabet en het Tamil systeem te benadrukken.
Het Tamil heeft in totaal twaalf klinkers bestaande uit de klinkers /a/, /i/, /u/, /e/, /o/. De klinkers kunnen geclassificeerd worden in korte en lange klinkers. Ook heeft het Tamil twee tweeklanken /ai/, /au/. De klinkerlengte heeft een belangrijke betekenisonderscheidende functie. In het Tamil zijn vele minimale paren te vinden die alleen verschillen in klinkerlengte.
Tabel 1 Overzicht van de klinkers in het Tamil
Kort
Lang
Voor
Midden
Achter
Voor
Midden
Achter
Gesloten
i
u
iː
uː
Midden
e
o
eː
oː
Open
a
(aɪ̯)
aː
(aʊ̯)
Medeklinkers
De medeklinkers in het Tamil kunnen geclassificeerd worden in drie categorieën: zacht, midden en hard. Het Tamil heeft in totaal achttien medeklinkers waarvan er zes in iedere categorie ingedeeld kunnen worden. De categorieën komen overeen met de Nederlandse approximanten, nasalen en plosieven. Het Tamil heeft ook retroflexe medeklinkers. Dit is kenmerkend voor Dravidische talen.
Tabel 2 Overzicht van de medeklinkers in het Tamil
Plosieven
Labiaal
Dentaal
Alveolair
Retroflex
Palataal
Velair
p
t̪
t
ʈ
t͡ɕ
k
Nasalen
m
n̪
n
ɳ
ȵ
ŋ
Tap
ɽ
Centrale approximant
ʋ
ɻ
j
Laterale approximant
l̪
ɭ
Het kenmerk ‘stem’ heeft geen betekenisonderscheidende functie in het Tamil. Afhankelijk van de positie van de medeklinker in het woord, wordt het kenmerk ‘stem’ toegewezen.
Clusters
Het Tamil heeft weinig clusters en deze komen nooit voor op de initiële plaats van een woord, maar veelal in het midden. Een cluster kan bestaan uit drie medeklinkers.
Prosodie
In het Tamil heeft klemtoon of toonhoogte geen betekenisonderscheidende functie.
Syllaben
Het Tamil alfabet is syllabisch, in die zin dat elke letter een syllabe kan zijn. Een syllabe bestaat uit een klinker of medeklinker of combinatie van klinkers en medeklinkers. Een klinkersyllabe kan een korte klinker (V), een lange klinker (V) of een diftong zijn (V1V2). Daarnaast kan een klinker met een medeklinker gekoppeld worden (CV, CVV, CV1V2, CVC, CVVC, CV1V2C, VC). Ook kan een syllabe uit een cluster gecombineerd met een klinker bestaan. Een woord kan uit zes syllaben bestaan. Dit resulteert in zeer veel mogelijkheden van woordopbouw al zijn daar ook vele regels voor. Een voorbeeld is dat in de initiële syllabe altijd een klinker is opgenomen. In de initiële syllabe wordt geen reductie van klinkers toegestaan terwijl dit in andere posities van het woord wel voorkomt. Woord-initiële syllabes hebben in het Tamil dus een fonetisch belang.
Mogelijke problemen als gevolg van transfer
In het Tamil heeft stem, in tegenstelling tot het Nederlands, geen betekenisonderscheidende functie. Hierdoor kunnen er problemen ontstaan bij de productie van woorden met stemhebbende en stemloze klanken die een betekenisonderscheidende functie hebben. Denk daarbij aan de minimale paren baard en paard. Ook bevat het Nederlands enkele medeklinkers die niet voorkomen in het Tamil, namelijk de /s/, /z/, /ɣ/, /ʒ/, /h/, /f/, /v/, /b/, /d/. Ook bevat het Nederlands enkele tweeklanken /ɛi/ en /œy/ die niet voorkomen in het Tamil waardoor kinderen problemen kunnen hebben met de productie van woorden als huis en stijl.
Morfologie
Het Tamil is een agglutinerende taal en heeft een rijke morfologie. Dit wil zeggen dat de woorden gevormd worden door het toevoegen van suffixen aan de stam. In het Tamil worden suffixen gebruikt bij bijvoorbeeld het markeren van aantal op het zelfstandig naamwoord of tijd op het werkwoord. Lidwoorden komen niet voor in het Tamil.
Zelfstandige naamwoorden
De zelfstandige naamwoorden en voornaamwoorden worden in het Tamil gemarkeerd voor geslacht, aantal en naamval. Geslacht wordt in het Tamil in twee hoofdklassen verdeeld: de rationele klasse en de irrationele klasse. Mensen en goden behorende tot de rationele klasse. Overige zelfstandige naamwoorden behoren tot de irrationele klasse. De rationele zelfstandige naamwoorden zijn mannelijk enkelvoud, vrouwelijk enkelvoud of rationeel meervoud. Dit wordt aangegeven met een suffix. De meervoudsvorm van de rationele zelfstandige naamwoorden kan worden gebruikt als gender-neutrale vorm. De irrationele zelfstandige naamwoorden en voornaamwoorden zijn irrationeel enkelvoud of irrationeel meervoud. Ook dit wordt aangegeven met een suffix. De stam van een naamwoord kan verbonden worden met meer dan vijfhonderd verschillende suffixen.
Tabel 3 Enkele voorbeelden van suffixen in het Tamil
Functie
Geschreven suffix
Gesproken suffix
rationele klasse
-itam
-kitte
irrationele klasse
-il
-le
Naamval
Het Tamil kent acht verschillende naamvallen. Ook naamval wordt aangegeven met een suffix.
Figuur 4. Overzicht van de naamvallen van het Tamil (bron: Annamalai, E. & Steever, S.B. (2015). Modern Tamil, in Steever, S.B. (Eds), The Dravidian Languages. [Epub], London: Routledge)
Werkwoorden
De morfologische structuur van het Tamil is vrij complex. Werkwoorden worden vervoegd voor persoon, aantal en geslacht. Deze vervoeging kan ook gecombineerd worden met hulpwerkwoorden omdat hulpwerkwoorden niet op zichzelf staan in het Tamil maar zich binden aan een werkwoord.
Werkwoorden kunnen een finiete en niet-finiete vorm aannemen. De niet-finiete vorm is de stam van het werkwoord, deze vorm is niet gemarkeerd voor persoon of tijd. De finiete vorm is de stam van het werkwoord met een suffix. Het suffix zorgt ervoor dat het werkwoord bijvoorbeeld gemarkeerd is voor tijd. De tijdsvormen zijn verleden, heden en toekomst. De stam van een werkwoord kan in theorie met meer dan tweeduizend suffixen hechten.
Tijd
Sterke werkwoorden
Voor het markeren van het kenmerk tijd bij sterke werkwoorden geldt net zoals bij het Nederlands dat er binnen het woord iets verandert. Zo wordt bijvoorbeeld de klank /tt/ vervangen door /cc/ en /nd/ vervangen door /nj/ bij het markeren van verleden tijd.
Zwakke werkwoorden
Bij het markeren van het kenmerk tijd bij zwakke werkwoorden geldt net zoals bij het Nederlands dat een suffix wordt toegevoegd aan het woord. Een voorbeeld van een suffix dat zwakke werkwoorden voor verleden tijd markeert is: ‘ndeen’. Enkele voorbeelden van verledentijdsmarkering van zwakke werkwoorden staan in tabel 4.
Tabel 4 Vervoeging zwakke werkwoorden in het Tamil
Tegenwoordige tijd
Verleden tijd
Tamil
Engels
Tamil
Engels
Vaa
Kom
Vandeen
kwam
Taa
Geef
Tandeen
Gaf
Onzijdige sterke woorden
Bij tijdsmarkering bij onzijdige sterke werkwoorden wordt het suffix /kka/ aan de stam van het woord toegevoegd. Als de woorden eindigen met -ru, -lu, -llu, of -lu verdwijnt dit deel van het woord eerst voordat de suffix /kka/ wordt toegevoegd. Een aantal voorbeelden staan in tabel 5.
Tabel 5 Vervoeging onzijdige sterke werkwoorden in het Tamil
Tamil
Engels
Tamil
Engels
Nada
Loop
Nadakka
Lopen
Keelu
Vraag
Keekka
Vragen
Onzijdige zwakke werkwoorden
In tabel 6 wordt een voorbeeld gegeven van de verledentijdsmarkering van een onzijdige zwak werkwoord.
Tabel 6 Vervoeging onzijdig zwak werkwoord
Tamil
Engels
Vaa
Kom
Vara
Komen
Vandu
Gekomen
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs kan, door het toevoegen van een suffix aan het werkwoord, op verschillende manieren uitgedrukt worden. Zo kan de kracht van gebiedende wijs verzacht worden door het toevoegen van een suffix aan het werkwoord. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan bij het aanspreken van mensen met een hogere status (zie tabel 7).
Tabel 7 Gebiedende wijs in het Tamil
Suffix
Volledige woord
Betekenis
aade
varaade
Kom niet
aadenga
poohaadenga
Alstublieft kom niet
Het besluiten om iets te gaan doen (aanmoediging) wordt ook weergegeven door het toevoegen van een suffix aan het werkwoord. Een voorbeeld hiervan staat in tabel 8.
Tabel 8 Aanmoediging in het Tamil
Suffix
Volledige woord
Betekenis
Laam
poohalaam
Laten we gaan
Laam
paakkalaam
Laten we eens kijken
Bij het vormen van een voltooid deelwoord wordt gebruik gemaakt van reduplicatie van het eerste deel van het woord. In tabel 9 worden voorbeelden van negatieve voltooide deelwoorden gegeven.
Tabel 9 Reduplicatie in het Tamil
Tamil
Betekenis
Vandum varaame
Voor aankomst
saappittum saappidaame
Voor het eten
Hulpwerkwoorden
Hulpwerkwoorden binden zich aan de infinitieve vorm van het werkwoord. Zoals eerder beschreven komen hulpwerkwoorden niet op zichzelf staand voor en binden zij zich altijd met een werkwoord. In tabel 10 staat een voorbeeld van een hulpwerkwoord dat zich aan het laatste deel van het werkwoord bindt.
Tabel 10 Hulpwerkwoordgebruik in het Tamil
Suffix
Tamil
Nederlands
ttumaa
varattumaa?
Mag ik komen?
ttumaa
avan varattumaa?
Mag hij komen?
Bijvoeglijke naamwoorden
Het Tamil kent niet veel bijvoeglijke naamwoorden. Enkele bijvoeglijke naamwoorden in het Tamil zijn:
periya (groot)
cinna (klein)
nalla (goed)
pudu (nieuw)
aya (oud)
pacce (groen, vers; koel)
karuppu (zwart)
vella (wit)
Andere kleuren bijvoorbeeld niilam (blauw) en cembu (rood) zijn in het Tamil zelfstandige naamwoorden. Als deze gebruikt worden als bijvoeglijk naamwoord moeten de zelfstandige naamwoorden worden omgezet. Dit wordt gedaan door het toevoegen van de suffix kalar aan het woord. Een voorbeeld hiervan is: manjal kalar (kurkuma kleur; geel) of kaappi kalar (koffie kleur; bruin).
Bijvoeglijke naamwoorden gaan, net zoals in het Nederlands, meestal vooraf aan een zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: cinna payyan (kleine jongen) en pudu viidu (nieuw huis). Bijvoeglijk naamwoorden worden niet aangepast aan persoon, aantal of geslacht. Als het bijvoeglijk naamwoord na het zelfstandig naamwoord komt in de zin dan wordt deze aangepast door de suffixen: ‘-ere’ ‘–tu’ '–su’. Een voorbeeld hiervan is:
inta viidu pudusu (dit is (een) nieuw huis)
Een zin met alleen een bijvoeglijk naamwoord kan niet bestaan in het Tamil. Dit is een verschil met het Nederlands, in het Nederlands bestaat een zin als ‘dat is goed’. In het Tamil moet zo’n zin gevormd worden als ‘dat ding is een goed ding’ zoals hieronder:
idd nalladu (dat ding is een goed ding)
Vergelijkende of overtreffende trap
Het Tamil kent geen vergelijkende of overtreffende trap.
Lidwoorden
Het Tamil heeft geen lidwoorden. Bepaald of onbepaaldheid wordt aangegeven met bijvoorbeeld het gebruik van oru (één) als lidwoord.
Persoonlijke voornaamwoorden
In tabel 11 staan de persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden die gebruikt worden in het Tamil. Het Tamil kent ook de aanwijzende voornaamwoorden deze en dat. In het Tamil kunnen twee persoonlijke voornaamwoorden in een zin voorkomen zonder dat er een hulpwerkwoord aanwezig is. Het eerste naamwoord is dan het onderwerp van de zin.
Tabel 11 Overzicht persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden van het Tamil
Aantal
Geslacht
Vorm
Persoonlijk voornaamwoord
Bezittelijk voornaamwoord
1e persoon
Enkelvoud
Ik
Mijn
Meervoud
Inclusief
Wij
Ons
Meervoud
Exclusief
Wij
Ons
2e persoon
Enkelvoud
Informeel
Jij
Jouw
Meervoud
Formeel
Jij
Jouw
Meervoud
Gelijke
Jij
Jouw
3e persoon
Enkelvoud
Mannelijk
Informeel
Hij
Zijn
Enkelvoud
Mannelijk
Formeel
Hij
Zijn
Enkelvoud
Vrouwelijk
Informeel
Zij
Haar
Enkelvoud/ meervoud
Vrouwelijk/ mannelijk
Formeel
Ze-menselijk
Hun-menselijk
Onzijdig
Enkelvoud
Het
Zijn/haar
Meervoud
Ze-onzijdig
Hun-onzijdig
Vraagwoord
Menselijk
Wie
Wiens
Vraagwoord
Onzijdig
Welke
Wiens
Persoonlijke voornaamwoorden worden geredupliceerd om distributie aan te geven. Met de verdubbeling van evan (welke mannen), wordt met avanavan (verschillende mannen) een aantal aangegeven. Dit is ook zichtbaar in het volgende voorbeeld; yar (wie) yaryar (wie allemaal).
In het Tamil is het zo dat persoonlijke voornaamwoorden worden weggelaten wanneer het duidelijk is om wie het gaat. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een persoonlijk voornaamwoord een nominatief is. Dit komt omdat in het Tamil deze informatie wordt herhaald in het gemarkeerde werkwoord. Omdat het daardoor tweemaal in een zin staat mag het weggelaten worden. Een voorbeeld hiervan is de zin naan pooreen (I am going) die in de vorm Pooreen (I go) nog steeds hetzelfde betekent.
Wanneer er sprake is van ambiguïteit mag het persoonlijk voornaamwoord niet weggelaten worden omdat er dan onduidelijkheid kan ontstaan. De betekenis van naan poohalaamaa (mag ik gaan) zou zonder het woord naan, dus poohalaamaa 'mag (iemand) gaan' betekenen wat door de luisteraar onbegrijpelijk is.
Mogelijke problemen als gevolg van transfer
In het Tamil worden geen lidwoorden gebruikt en mogen voornaamwoorden soms weggelaten worden. Dit kan leiden tot deletie of substitutie van de Nederlandse lidwoorden en voornaamwoorden. Het Tamil heeft een rijkere morfologie dan het Nederlands. Zo binden hulpwerkwoorden zich aan de stam van het werkwoord. In het Tamil wordt het bijvoeglijk naamwoord niet aangepast aan persoon, aantal of geslacht. Dit kan leiden tot het niet vervoegen van het bijvoeglijk naamwoord. Het Tamil kent, in tegenstelling tot het Nederlands, geen vergelijkende of overtreffende trap. Kinderen kunnen hierdoor problemen ervaren bij de productie van de vergelijkende of overtreffende trap.
Syntaxis
De woordvolgorde in het Tamil is anders dan de woordvolgorde van het Nederlands (Subject-Verb-Object). De woordvolgorde in het Tamil is Subject-Object-Verb, met andere woorden, het werkwoord staat op de laatste positie in de zin. Een taal waarbij het werkwoord aan het eind van de zin staat wordt een hoofdfinale taal genoemd.
Binnen woordgroepen wijkt de volgorde van het Tamil ook af van die van het Nederlands. Zo kent het Tamil bijvoorbeeld geen voorzetsels, maar achterzetsels.
Het Tamil is een pro-drop taal waarin het onderwerp, lijdend voorwerp of werkwoord in bepaalde contexten kunnen worden weggelaten. Het is mogelijk om een grammaticaal correcte zin te maken zonder één of meer van die drie woorden in een zin te plaatsen. In het Nederlands is pro-drop van het onderwerp alleen mogelijk bij vormen van gebiedende wijs.
Negatie
Negatie wordt gevormd door het toevoegen van het suffix /–lle/ aan een werkwoord. Voorbeelden van negatie zijn poohalle (ging niet) en varalle (komt niet). Voor zowel positief als negatie moeten suffixen worden toegevoegd aan het infinitief. Door het toevoegen van de suffixen –aame en –aama wordt negatie in verleden tijd uitgedrukt.
Vraagzinnen
Het vormen van vraagzinnen wordt eveneens gedaan door het toevoegen van prefixen of suffixen, dit in tegenstelling tot de subject-verb inversie in het Nederlands. In vragen waar de spreker om informatie vraagt wordt het suffix /-aa/ aan het eind van de zin toegevoegd. Een voorbeeld hiervan is de zin raaman vandaaru (Raman kwam) die vervormd wordt tot vraag raaman vandaar-aa? (Kwam Raman?).
Het prefix /-e/ wordt gebruikt bij vraagwoorden als: welke, wanneer, waarom, waar en wie. Bijvoorbeeld enke (waar) en ettane (hoeveel). Een combinatievraag van bovenstaande ziet er als volgt uit avaru enke-nnu sonnaaraa? (Heeft hij gezegd waar?).
Bij vraagzinnen waarin het laatste woord eindigt op een /I/, /e/, /u/, /o/, /aa/ wordt eerst de glijklank /y/ of /v/ tussen het naamwoord en het suffix gevoegd. In tabel 12 wordt dit aan de hand van een voorbeeld uitgelegd.
Tabel 12 Invoeging klank tussen naamwoord en suffix in het Tamil
Naamwoord
Naamwoord
Vraagzin
Vraagzin
Tamil
Nederlands
Tamil
Nederlands
nari
vos
nari-y-aa?
Een vos?
puu
bloem
puu-v-aa?
Een bloem?
Mogelijke problemen als gevolg van transfer
De woordvolgorde in het Tamil (SOV) is anders dan de woordvolgorde in het Nederlands (SVO). Het verwerven van de juiste woordvolgorde in het Nederlands kan daardoor lastig zijn. Naar verwachting zal het werkwoord achterin de zin geplaatst worden. Ook is het Tamil een pro-drop taal waarbij het subject, object of werkwoord in bepaalde contexten kan worden weggelaten. Wanneer dit als gevolg van transfer in het Nederlands wordt gedaan zorgt dit voor niet volledige zinnen. In het Nederlands is pro-drop van het onderwerp alleen mogelijk bij vormen van gebiedende wijs. Het verwerven van voorzetsels kan moeizaam gaan omdat het Tamil achtervoegsels gebruikt in plaats van voorzetsels. Daarnaast wordt het vormen van vraagzinnen in het Tamil gedaan door het toevoegen van prefixen of suffixen, dit in tegenstelling tot de subject-verb inversie in het Nederlands. De zinsvolgorde voor vraagzinnen kan daarom lastig te leren zijn voor tweedetaalverwervers.
Pragmatiek
De verschillen in pragmatiek zijn met name gebaseerd op het gebruik van topic en focus. In het Tamil mag het onderwerp in de zin weggelaten worden, al is er vaak wel een marker op het werkwoord waardoor het onderwerp af te leiden is. Het Tamil staat ook het weglaten van andere thematische rollen toe. De spreker van het Tamil schat in wat de andere persoon weet en laat die rollen weg. Rollen die voorspelbaar, zichtbaar oftewel minder saillant/kostbaar zijn worden weggelaten terwijl informatie die als nieuw, onbekend of onzeker wordt geschat wel genoemd moet worden.
3. Verwervingsfases van bovengenoemde domeinen in het Tamil
Een overzicht of boek over de verwervingsfases is niet gevonden voor het Tamil. Wel zijn er onderzoeken gedaan naar specifieke onderwerpen. Een aantal worden hieronder beschreven.
In het Tamil zijn nog weinig onderzoeken gedaan naar leeftijd van verwerving. In het Engels zijn een aantal grammaticale markeerders voor TOS-kinderen bekend. In het Tamil is bij 30 kinderen met een normale taalontwikkeling onderzoek gedaan naar wanneer deze markeerders normaal gesproken verworven worden. In tabel 13 staan deze gemiddelde leeftijden van verwerving.
Tabel 13 Leeftijd van verwerving van grammaticale onderdelen
Grammaticale markeerders
Leeftijd van verwerving
Voornaamwoorden
2;6-3;6 jaar
Bijvoeglijke naamwoorden (kwantiteit)
2;6-3;6 jaar
Case markeerders (nominatief, accusatief enz.)
2;6-3;6 jaar
Plaats bijwoorden (midden, hoek)
2;6-3;6 jaar
Voorzetsels
3;6-4;6 jaar
Type bijwoorden (snel, zacht)
3;6-4;6 jaar
Tijd bijwoorden (morgen, nacht)
3;6-4;6 jaar
Tijd werkwoorden
3;6-4;6 jaar
Bijvoeglijke naamwoorden (kleur)
4;6-5;6 jaar
Fonologie
75% van de klanken zijn verworven op vierjarige leeftijd, dit is ongeveer gelijk aan het Nederlands. Fonologische vereenvoudigingsprocessen die nog voorkomen op driejarige leeftijd zijn opgenomen in tabel 14. Op de leeftijd van zes jaar komen de vereenvoudigingsprocessen bijna niet meer voor. In het Nederlands zijn de meeste processen op vierjarige leeftijd al verdwenen.
Tabel 14 Fonologische vereenvoudigingsprocessen in het Tamil
Processen die verdwenen zijn bij de leeftijd van 3 jaar
Processen die aanwezig zijn bij de leeftijd van 3 jaar
Onbeklemtoonde syllabedeletie
Clusterreductie
Finale consonantdeletie
Epenthesis
Verdubbeling
Gliding
Diminutization
Vocalisatie
Velare fronting
Stopping
Consonantassimilatie
Depalatiesatie
Reduplicatie
Finale devoicing
Prevocale voicing
Morfologie
Op de leeftijd van 1;10 gebruiken kinderen veelvuldig non-finiete werkwoorden. Finiete werkwoorden en modale hulpwerkwoorden komen in deze fase bijna niet voor.
Op de leeftijd van twee jaar gebruiken kinderen bijna altijd een vervoegde persoonsvorm (tense en agreement) in plaats van een non-finiet werkwoord. Finiete vormen zijn overheersend in deze periode. De vormen die de kinderen gebruiken, bestaan meestal uit twee syllaben (alle woorden rond deze leeftijd bestaan uit twee syllaben) en lijken daarmee nog niet op vorm die volwassenen gebruiken.
Uit onderzoek blijkt dat kinderen in het Tamil onregelmatige werkwoorden al op vierjarige leeftijd veelal goed vervoegen terwijl Nederlandse kinderen op vijfjarige leeftijd nog vele fouten maken.
Syntaxis
Negatie wordt al vroeg gebruikt in de vorm van de éénwoordsuiting ille (nee). In zinsverband zijn negen vormen van negatie mogelijk. Deze verschijnen allemaal tussen de leeftijd van 24 en 28 maanden.
Pragmatiek
Kinderen zijn gevoelig voor het weglaten van de pragmatische principes wat betreft het weglaten van de thematische rollen. Vaak laten ze dit principe al zien rond de éénwoordfase. Wel maken kinderen van drie jaar nog wel eens fouten, ze gebruiken bijvoorbeeld een informeel woord in een formele situatie. Kinderen van vijf jaar doen dit haast niet meer.
4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Tamil
Onderzoeken over taalstoornissen in het Tamil hebben we helaas niet kunnen vinden. In de paragraaf verwervingsfases is een tabel opgenomen met daarin elementen die Engelse TOS-kinderen als moeilijk ervaren. Wanneer een vermoeden is van TOS kan uitgevraagd worden of het kind deze elementen al beheerst en een vergelijking gemaakt worden met de gemiddelde leeftijd van verwerving.
5. Literatuurverwijzingen
Annamalai, E. & Steever, S.B. (2015). Modern Tamil, in Steever, S.B. (Eds), The Dravidian Languages. [Epub], London: Routledge.
Dhanavendan, K. & Raja, L.R. (2016). Phonological process of 2.6 to 6 years old typically developing Tamil speaking children. International Journal of Innovative Research and Advanced Studies, 3 (5), pp. 199-204.
Emmanuel, X. (2008). Syllable structure of Tamil dialects. Syllable structure in Tamil: A case study ofthe Eastern perspective. (master thesis) University College London, Londen. Keane, E. (2004). Tamil. Journal of the International Phonetic Association, 34 (1), pp. 111–116.
Kumar, M. Dhanalakshmi, V. Soman, K.P & Rajendran, S. (2010). A Sequence Labeling Approach to Morphological Analyzer for Tamil Language. International Journal on Computer Science and Engineering, 02 (06), pp. 1944-1951.
Lakshmanan, U. (2006). Assessing Linguistic Competence: Verbal Inflection in Child Tamil. LanguageAssessment Quarterly, 3 (2), pp. 171-205.
Lakshmanan, U. (2010). The aquisition of relative clauses by Tamil children. Journal of ChildLanguage, (27), pp. 587-617.
Lust, B.C., Wali, K., Gair, J.W., Subbarao, K.V. & Gruyter, W. De (2000). Lexical Anaphors andpronouns in selected South Asian languages: A principled typology. Berlin: Walter de Gruyter GmbH & Co.
Narasimhan, B. & Gullberg, M. (2011). The role of input frequency and semantic transparency in the acquisition of verb meaning: evidence from placement verbs in Tamil and Dutch. Journal ofChild Language, (38), pp. 504-532.
Narayanan, S. Byrd, D. & Kaun, A. (1999). Geometry, kinematics, and acoustics of Tamil liquid consonants, Acoustical Society of America, 106 (4), pp. 1.
Ramadoss, D. & Amritavalli, R. (2007). The aquisition of functional categories in Tamil with special reference to negation. Nanzan Linguistics, 1 (1), pp. 67-84.
Sethuraman, N. & Smith, L.B. (2010). Cross-linguistic differences in talking about scenes. Journal ofpragmatics, 42, pp. 2978-2991.
Schiffman, H. F. (2003). The Tamil Case System. University of Pennsylvania.
Schiffman, H. F. (1999). A Reference Grammar of Spoken Tamil. New York: Cambridge University Press.
Shakeela, S. & Hettiarachchi, S. (2013). Typical phonemic and phonological development of threeyearold Sri Lankan Tamil-speaking children in the Colombo district. University of Kelaniya.
Tamil Script Learners Manual (2017). Transliteration Charts. The University of Texas at Austin. Geraadpleegd op 3 januari 2017, http://sites.la.utexas.edu/tamilscript/charts.
Thangarajan, R., Natarajan, A.M. & Selvam, M. (2008). Word and Triphone Based Approaches in Continuous Speech Recognition for Tamil Language, WSEAS Transactions on SignalProcessing,3 (4), pp. 76-85.
Thangarajan, R., Natarajan, A.M. & Selvam, M. (2009). Syllable modeling in continuous speech recognition for Tamil language, International Journal of Speech Technology, 12, pp. 47–57.
Theophilus, C. & Rhenius, E. (1846). A grammar of the Tamil language. P.R. Hunt: American Mission Press.
Vedhasorubini, K.M. & Chengappa, S.K. (2012). Manual for enhancement of syntax in Tamil for children with language impairments. Language in India, 12 (9), pp. 641-655.
0. Praktische informatie voor taalonderzoek
Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Het Tamil wijkt in verschillende opzichten af van het Nederlands. Hierdoor kunnen, als gevolg van transfer, problemen ontstaan in de fonologie, morfologie, syntaxis en/of pragmatiek in de Nederlandse taal. In de lijn der verwachting zouden de volgende punten genoemd kunnen worden als transferproblemen.Mogelijke vragen met betrekking tot specifieke TOS-elementen.
Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Tamil is nodig om specifieke TOS-elementen aan te kunnen wijzen in deze taal. Onderstaande vragen zijn gericht op algemene TOS-elementen die verduidelijking kunnen geven of er taalproblemen zijn in het Tamil.1. Algemene informatie over het Tamil
Het Tamil is een Dravidische taal, en wordt hoofdzakelijk gesproken in de provincie Tamil Nadu in Zuid-India, Sri Lanka en Singapore. Het is de officiële taal van de Indiase deelstaat Tamil Nadu en heeft ook een officiële status in Sri Lanka en Singapore. Populaties die Tamil spreken zijn ook gevonden in Maleisië, Mauritius, op de Fiji-eilanden en in Zuid-Afrika. Met meer dan 77 miljoen sprekers is het Tamil een van de meest gesproken talen op de wereld. Bijzonder is dat deze taal door de jaren heen nauwelijks is veranderd. Boeken van honderden jaren geleden zijn nog steeds leesbaar voor de huidige populatie.Figuur 1. Overzicht van het gesproken Tamil over de wereld (Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Tamil_(taal)
Het Tamil is een diglossietaal, dit betekent dat er een groot verschil is tussen de geschreven vorm van de taal en de gesproken vorm. De geschreven vorm wordt gezien als prestigieus en wordt gebruikt in formele situaties terwijl de gesproken vorm de meest gebruikte vorm is in de communicatie en wordt gebruikt in informele situaties. In dit stuk gaat de aandacht uit naar de gesproken vorm van de taal.
Dialecten
Er zijn vele dialecten van het Tamil. De verschillende Tamil dialecten voor India zijn: Central Tamil dialect, Kongu Tamil, Madras Bashai, Madurai Tamil, Nellai Tamil. In Sri Lanka worden de dialecten Batticaloa Tamil, Jaffna Tamil en Negombo Tamil gesproken. Over het algemeen onderscheiden de verschillende dialecten zich van elkaar op basis van hun fonologie. Daarnaast hebben in India verschillende dialecten een groot aantal eigen woorden. In Sri Lanka bestaat het Tamil weer uit verschillende leenwoorden uit het Portugees, Nederlands en Engels.Religie
Van de Tamil Nadu bevolking is zo’n 85% hindoe, ongeveer 5% is moslim en ongeveer 5% is christen. Ook in Sri Lanka is het merendeel van de Tamil sprekers hindoe en een klein deel christen.Schriftsysteem
In onderstaande figuren wordt de geschreven vorm van het Tamil weergegeven. Het schriftsysteem komt niet overeen met het Nederlandse systeem. De aandacht op deze pagina gaat uit naar de gesproken vorm daarom zal er verder niet ingegaan worden op de geschreven vorm van het Tamil. Deze overzichten staan hier enkel om het verschil tussen het Latijnse alfabet en het Tamil systeem te benadrukken.Figuur 2. Overzicht van de klinkers van het Tamil in geschreven vorm en gesproken vorm (bron: http://sites.la.utexas.edu/tamilscript/charts)
Figuur 3. Overzicht van de medeklinkers van het Tamil in geschreven en gesproken vorm (bron: http://sites.la.utexas.edu/tamilscript/charts)
2. Specifieke informatie het Tamil
Fonologie
Klinkers
Het Tamil heeft in totaal twaalf klinkers bestaande uit de klinkers /a/, /i/, /u/, /e/, /o/. De klinkers kunnen geclassificeerd worden in korte en lange klinkers. Ook heeft het Tamil twee tweeklanken /ai/, /au/. De klinkerlengte heeft een belangrijke betekenisonderscheidende functie. In het Tamil zijn vele minimale paren te vinden die alleen verschillen in klinkerlengte.Tabel 1
Overzicht van de klinkers in het Tamil
Medeklinkers
De medeklinkers in het Tamil kunnen geclassificeerd worden in drie categorieën: zacht, midden en hard. Het Tamil heeft in totaal achttien medeklinkers waarvan er zes in iedere categorie ingedeeld kunnen worden. De categorieën komen overeen met de Nederlandse approximanten, nasalen en plosieven. Het Tamil heeft ook retroflexe medeklinkers. Dit is kenmerkend voor Dravidische talen.Tabel 2
Overzicht van de medeklinkers in het Tamil
Clusters
Het Tamil heeft weinig clusters en deze komen nooit voor op de initiële plaats van een woord, maar veelal in het midden. Een cluster kan bestaan uit drie medeklinkers.Prosodie
In het Tamil heeft klemtoon of toonhoogte geen betekenisonderscheidende functie.Syllaben
Het Tamil alfabet is syllabisch, in die zin dat elke letter een syllabe kan zijn. Een syllabe bestaat uit een klinker of medeklinker of combinatie van klinkers en medeklinkers. Een klinkersyllabe kan een korte klinker (V), een lange klinker (V) of een diftong zijn (V1V2). Daarnaast kan een klinker met een medeklinker gekoppeld worden (CV, CVV, CV1V2, CVC, CVVC, CV1V2C, VC). Ook kan een syllabe uit een cluster gecombineerd met een klinker bestaan. Een woord kan uit zes syllaben bestaan. Dit resulteert in zeer veel mogelijkheden van woordopbouw al zijn daar ook vele regels voor. Een voorbeeld is dat in de initiële syllabe altijd een klinker is opgenomen. In de initiële syllabe wordt geen reductie van klinkers toegestaan terwijl dit in andere posities van het woord wel voorkomt. Woord-initiële syllabes hebben in het Tamil dus een fonetisch belang.Mogelijke problemen als gevolg van transfer
In het Tamil heeft stem, in tegenstelling tot het Nederlands, geen betekenisonderscheidende functie. Hierdoor kunnen er problemen ontstaan bij de productie van woorden met stemhebbende en stemloze klanken die een betekenisonderscheidende functie hebben. Denk daarbij aan de minimale paren baard en paard. Ook bevat het Nederlands enkele medeklinkers die niet voorkomen in het Tamil, namelijk de /s/, /z/, /ɣ/, /ʒ/, /h/, /f/, /v/, /b/, /d/. Ook bevat het Nederlands enkele tweeklanken /ɛi/ en /œy/ die niet voorkomen in het Tamil waardoor kinderen problemen kunnen hebben met de productie van woorden als huis en stijl.Morfologie
Het Tamil is een agglutinerende taal en heeft een rijke morfologie. Dit wil zeggen dat de woorden gevormd worden door het toevoegen van suffixen aan de stam. In het Tamil worden suffixen gebruikt bij bijvoorbeeld het markeren van aantal op het zelfstandig naamwoord of tijd op het werkwoord. Lidwoorden komen niet voor in het Tamil.Zelfstandige naamwoorden
De zelfstandige naamwoorden en voornaamwoorden worden in het Tamil gemarkeerd voor geslacht, aantal en naamval. Geslacht wordt in het Tamil in twee hoofdklassen verdeeld: de rationele klasse en de irrationele klasse. Mensen en goden behorende tot de rationele klasse. Overige zelfstandige naamwoorden behoren tot de irrationele klasse. De rationele zelfstandige naamwoorden zijn mannelijk enkelvoud, vrouwelijk enkelvoud of rationeel meervoud. Dit wordt aangegeven met een suffix. De meervoudsvorm van de rationele zelfstandige naamwoorden kan worden gebruikt als gender-neutrale vorm. De irrationele zelfstandige naamwoorden en voornaamwoorden zijn irrationeel enkelvoud of irrationeel meervoud. Ook dit wordt aangegeven met een suffix. De stam van een naamwoord kan verbonden worden met meer dan vijfhonderd verschillende suffixen.Tabel 3
Enkele voorbeelden van suffixen in het Tamil
Naamval
Het Tamil kent acht verschillende naamvallen. Ook naamval wordt aangegeven met een suffix.Figuur 4. Overzicht van de naamvallen van het Tamil (bron: Annamalai, E. & Steever, S.B. (2015). Modern Tamil, in Steever, S.B. (Eds), The Dravidian Languages. [Epub], London: Routledge)
Werkwoorden
De morfologische structuur van het Tamil is vrij complex. Werkwoorden worden vervoegd voor persoon, aantal en geslacht. Deze vervoeging kan ook gecombineerd worden met hulpwerkwoorden omdat hulpwerkwoorden niet op zichzelf staan in het Tamil maar zich binden aan een werkwoord.Werkwoorden kunnen een finiete en niet-finiete vorm aannemen. De niet-finiete vorm is de stam van het werkwoord, deze vorm is niet gemarkeerd voor persoon of tijd. De finiete vorm is de stam van het werkwoord met een suffix. Het suffix zorgt ervoor dat het werkwoord bijvoorbeeld gemarkeerd is voor tijd. De tijdsvormen zijn verleden, heden en toekomst. De stam van een werkwoord kan in theorie met meer dan tweeduizend suffixen hechten.
Tijd
Sterke werkwoordenVoor het markeren van het kenmerk tijd bij sterke werkwoorden geldt net zoals bij het Nederlands dat er binnen het woord iets verandert. Zo wordt bijvoorbeeld de klank /tt/ vervangen door /cc/ en /nd/ vervangen door /nj/ bij het markeren van verleden tijd.
Zwakke werkwoorden
Bij het markeren van het kenmerk tijd bij zwakke werkwoorden geldt net zoals bij het Nederlands dat een suffix wordt toegevoegd aan het woord. Een voorbeeld van een suffix dat zwakke werkwoorden voor verleden tijd markeert is: ‘ndeen’. Enkele voorbeelden van verledentijdsmarkering van zwakke werkwoorden staan in tabel 4.
Tabel 4
Vervoeging zwakke werkwoorden in het Tamil
Onzijdige sterke woorden
Bij tijdsmarkering bij onzijdige sterke werkwoorden wordt het suffix /kka/ aan de stam van het woord toegevoegd. Als de woorden eindigen met -ru, -lu, -llu, of -lu verdwijnt dit deel van het woord eerst voordat de suffix /kka/ wordt toegevoegd. Een aantal voorbeelden staan in tabel 5.
Tabel 5
Vervoeging onzijdige sterke werkwoorden in het Tamil
Onzijdige zwakke werkwoorden
In tabel 6 wordt een voorbeeld gegeven van de verledentijdsmarkering van een onzijdige zwak werkwoord.
Tabel 6
Vervoeging onzijdig zwak werkwoord
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs kan, door het toevoegen van een suffix aan het werkwoord, op verschillende manieren uitgedrukt worden. Zo kan de kracht van gebiedende wijs verzacht worden door het toevoegen van een suffix aan het werkwoord. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan bij het aanspreken van mensen met een hogere status (zie tabel 7).Tabel 7
Gebiedende wijs in het Tamil
Het besluiten om iets te gaan doen (aanmoediging) wordt ook weergegeven door het toevoegen van een suffix aan het werkwoord. Een voorbeeld hiervan staat in tabel 8.
Tabel 8
Aanmoediging in het Tamil
Bij het vormen van een voltooid deelwoord wordt gebruik gemaakt van reduplicatie van het eerste deel van het woord. In tabel 9 worden voorbeelden van negatieve voltooide deelwoorden gegeven.
Tabel 9
Reduplicatie in het Tamil
Hulpwerkwoorden
Hulpwerkwoorden binden zich aan de infinitieve vorm van het werkwoord. Zoals eerder beschreven komen hulpwerkwoorden niet op zichzelf staand voor en binden zij zich altijd met een werkwoord. In tabel 10 staat een voorbeeld van een hulpwerkwoord dat zich aan het laatste deel van het werkwoord bindt.Tabel 10
Hulpwerkwoordgebruik in het Tamil
Bijvoeglijke naamwoorden
Het Tamil kent niet veel bijvoeglijke naamwoorden. Enkele bijvoeglijke naamwoorden in het Tamil zijn:Andere kleuren bijvoorbeeld niilam (blauw) en cembu (rood) zijn in het Tamil zelfstandige naamwoorden. Als deze gebruikt worden als bijvoeglijk naamwoord moeten de zelfstandige naamwoorden worden omgezet. Dit wordt gedaan door het toevoegen van de suffix kalar aan het woord. Een voorbeeld hiervan is: manjal kalar (kurkuma kleur; geel) of kaappi kalar (koffie kleur; bruin).
Bijvoeglijke naamwoorden gaan, net zoals in het Nederlands, meestal vooraf aan een zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: cinna payyan (kleine jongen) en pudu viidu (nieuw huis). Bijvoeglijk naamwoorden worden niet aangepast aan persoon, aantal of geslacht. Als het bijvoeglijk naamwoord na het zelfstandig naamwoord komt in de zin dan wordt deze aangepast door de suffixen: ‘-ere’ ‘–tu’ '–su’. Een voorbeeld hiervan is:
Een zin met alleen een bijvoeglijk naamwoord kan niet bestaan in het Tamil. Dit is een verschil met het Nederlands, in het Nederlands bestaat een zin als ‘dat is goed’. In het Tamil moet zo’n zin gevormd worden als ‘dat ding is een goed ding’ zoals hieronder:
Vergelijkende of overtreffende trap
Het Tamil kent geen vergelijkende of overtreffende trap.
Lidwoorden
Het Tamil heeft geen lidwoorden. Bepaald of onbepaaldheid wordt aangegeven met bijvoorbeeld het gebruik van oru (één) als lidwoord.Persoonlijke voornaamwoorden
In tabel 11 staan de persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden die gebruikt worden in het Tamil. Het Tamil kent ook de aanwijzende voornaamwoorden deze en dat. In het Tamil kunnen twee persoonlijke voornaamwoorden in een zin voorkomen zonder dat er een hulpwerkwoord aanwezig is. Het eerste naamwoord is dan het onderwerp van de zin.Tabel 11
Overzicht persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden van het Tamil
Persoonlijke voornaamwoorden worden geredupliceerd om distributie aan te geven. Met de verdubbeling van evan (welke mannen), wordt met avanavan (verschillende mannen) een aantal aangegeven. Dit is ook zichtbaar in het volgende voorbeeld; yar (wie) yaryar (wie allemaal).
In het Tamil is het zo dat persoonlijke voornaamwoorden worden weggelaten wanneer het duidelijk is om wie het gaat. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een persoonlijk voornaamwoord een nominatief is. Dit komt omdat in het Tamil deze informatie wordt herhaald in het gemarkeerde werkwoord. Omdat het daardoor tweemaal in een zin staat mag het weggelaten worden. Een voorbeeld hiervan is de zin naan pooreen (I am going) die in de vorm Pooreen (I go) nog steeds hetzelfde betekent.
Wanneer er sprake is van ambiguïteit mag het persoonlijk voornaamwoord niet weggelaten worden omdat er dan onduidelijkheid kan ontstaan. De betekenis van naan poohalaamaa (mag ik gaan) zou zonder het woord naan, dus poohalaamaa 'mag (iemand) gaan' betekenen wat door de luisteraar onbegrijpelijk is.
Mogelijke problemen als gevolg van transfer
In het Tamil worden geen lidwoorden gebruikt en mogen voornaamwoorden soms weggelaten worden. Dit kan leiden tot deletie of substitutie van de Nederlandse lidwoorden en voornaamwoorden. Het Tamil heeft een rijkere morfologie dan het Nederlands. Zo binden hulpwerkwoorden zich aan de stam van het werkwoord. In het Tamil wordt het bijvoeglijk naamwoord niet aangepast aan persoon, aantal of geslacht. Dit kan leiden tot het niet vervoegen van het bijvoeglijk naamwoord. Het Tamil kent, in tegenstelling tot het Nederlands, geen vergelijkende of overtreffende trap. Kinderen kunnen hierdoor problemen ervaren bij de productie van de vergelijkende of overtreffende trap.Syntaxis
De woordvolgorde in het Tamil is anders dan de woordvolgorde van het Nederlands (Subject-Verb-Object). De woordvolgorde in het Tamil is Subject-Object-Verb, met andere woorden, het werkwoord staat op de laatste positie in de zin. Een taal waarbij het werkwoord aan het eind van de zin staat wordt een hoofdfinale taal genoemd.Binnen woordgroepen wijkt de volgorde van het Tamil ook af van die van het Nederlands. Zo kent het Tamil bijvoorbeeld geen voorzetsels, maar achterzetsels.
Het Tamil is een pro-drop taal waarin het onderwerp, lijdend voorwerp of werkwoord in bepaalde contexten kunnen worden weggelaten. Het is mogelijk om een grammaticaal correcte zin te maken zonder één of meer van die drie woorden in een zin te plaatsen. In het Nederlands is pro-drop van het onderwerp alleen mogelijk bij vormen van gebiedende wijs.
Negatie
Negatie wordt gevormd door het toevoegen van het suffix /–lle/ aan een werkwoord. Voorbeelden van negatie zijn poohalle (ging niet) en varalle (komt niet). Voor zowel positief als negatie moeten suffixen worden toegevoegd aan het infinitief. Door het toevoegen van de suffixen –aame en –aama wordt negatie in verleden tijd uitgedrukt.Vraagzinnen
Het vormen van vraagzinnen wordt eveneens gedaan door het toevoegen van prefixen of suffixen, dit in tegenstelling tot de subject-verb inversie in het Nederlands. In vragen waar de spreker om informatie vraagt wordt het suffix /-aa/ aan het eind van de zin toegevoegd. Een voorbeeld hiervan is de zin raaman vandaaru (Raman kwam) die vervormd wordt tot vraag raaman vandaar-aa? (Kwam Raman?).Het prefix /-e/ wordt gebruikt bij vraagwoorden als: welke, wanneer, waarom, waar en wie. Bijvoorbeeld enke (waar) en ettane (hoeveel). Een combinatievraag van bovenstaande ziet er als volgt uit avaru enke-nnu sonnaaraa? (Heeft hij gezegd waar?).
Bij vraagzinnen waarin het laatste woord eindigt op een /I/, /e/, /u/, /o/, /aa/ wordt eerst de glijklank /y/ of /v/ tussen het naamwoord en het suffix gevoegd. In tabel 12 wordt dit aan de hand van een voorbeeld uitgelegd.
Tabel 12
Invoeging klank tussen naamwoord en suffix in het Tamil
Mogelijke problemen als gevolg van transfer
De woordvolgorde in het Tamil (SOV) is anders dan de woordvolgorde in het Nederlands (SVO). Het verwerven van de juiste woordvolgorde in het Nederlands kan daardoor lastig zijn. Naar verwachting zal het werkwoord achterin de zin geplaatst worden. Ook is het Tamil een pro-drop taal waarbij het subject, object of werkwoord in bepaalde contexten kan worden weggelaten. Wanneer dit als gevolg van transfer in het Nederlands wordt gedaan zorgt dit voor niet volledige zinnen. In het Nederlands is pro-drop van het onderwerp alleen mogelijk bij vormen van gebiedende wijs. Het verwerven van voorzetsels kan moeizaam gaan omdat het Tamil achtervoegsels gebruikt in plaats van voorzetsels. Daarnaast wordt het vormen van vraagzinnen in het Tamil gedaan door het toevoegen van prefixen of suffixen, dit in tegenstelling tot de subject-verb inversie in het Nederlands. De zinsvolgorde voor vraagzinnen kan daarom lastig te leren zijn voor tweedetaalverwervers.Pragmatiek
De verschillen in pragmatiek zijn met name gebaseerd op het gebruik van topic en focus. In het Tamil mag het onderwerp in de zin weggelaten worden, al is er vaak wel een marker op het werkwoord waardoor het onderwerp af te leiden is. Het Tamil staat ook het weglaten van andere thematische rollen toe. De spreker van het Tamil schat in wat de andere persoon weet en laat die rollen weg. Rollen die voorspelbaar, zichtbaar oftewel minder saillant/kostbaar zijn worden weggelaten terwijl informatie die als nieuw, onbekend of onzeker wordt geschat wel genoemd moet worden.3. Verwervingsfases van bovengenoemde domeinen in het Tamil
Een overzicht of boek over de verwervingsfases is niet gevonden voor het Tamil. Wel zijn er onderzoeken gedaan naar specifieke onderwerpen. Een aantal worden hieronder beschreven.In het Tamil zijn nog weinig onderzoeken gedaan naar leeftijd van verwerving. In het Engels zijn een aantal grammaticale markeerders voor TOS-kinderen bekend. In het Tamil is bij 30 kinderen met een normale taalontwikkeling onderzoek gedaan naar wanneer deze markeerders normaal gesproken verworven worden. In tabel 13 staan deze gemiddelde leeftijden van verwerving.
Tabel 13
Leeftijd van verwerving van grammaticale onderdelen
Fonologie
75% van de klanken zijn verworven op vierjarige leeftijd, dit is ongeveer gelijk aan het Nederlands. Fonologische vereenvoudigingsprocessen die nog voorkomen op driejarige leeftijd zijn opgenomen in tabel 14. Op de leeftijd van zes jaar komen de vereenvoudigingsprocessen bijna niet meer voor. In het Nederlands zijn de meeste processen op vierjarige leeftijd al verdwenen.Tabel 14
Fonologische vereenvoudigingsprocessen in het Tamil
Morfologie
Op de leeftijd van 1;10 gebruiken kinderen veelvuldig non-finiete werkwoorden. Finiete werkwoorden en modale hulpwerkwoorden komen in deze fase bijna niet voor.Op de leeftijd van twee jaar gebruiken kinderen bijna altijd een vervoegde persoonsvorm (tense en agreement) in plaats van een non-finiet werkwoord. Finiete vormen zijn overheersend in deze periode. De vormen die de kinderen gebruiken, bestaan meestal uit twee syllaben (alle woorden rond deze leeftijd bestaan uit twee syllaben) en lijken daarmee nog niet op vorm die volwassenen gebruiken.
Uit onderzoek blijkt dat kinderen in het Tamil onregelmatige werkwoorden al op vierjarige leeftijd veelal goed vervoegen terwijl Nederlandse kinderen op vijfjarige leeftijd nog vele fouten maken.
Syntaxis
Negatie wordt al vroeg gebruikt in de vorm van de éénwoordsuiting ille (nee). In zinsverband zijn negen vormen van negatie mogelijk. Deze verschijnen allemaal tussen de leeftijd van 24 en 28 maanden.Pragmatiek
Kinderen zijn gevoelig voor het weglaten van de pragmatische principes wat betreft het weglaten van de thematische rollen. Vaak laten ze dit principe al zien rond de éénwoordfase. Wel maken kinderen van drie jaar nog wel eens fouten, ze gebruiken bijvoorbeeld een informeel woord in een formele situatie. Kinderen van vijf jaar doen dit haast niet meer.4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Tamil
Onderzoeken over taalstoornissen in het Tamil hebben we helaas niet kunnen vinden. In de paragraaf verwervingsfases is een tabel opgenomen met daarin elementen die Engelse TOS-kinderen als moeilijk ervaren. Wanneer een vermoeden is van TOS kan uitgevraagd worden of het kind deze elementen al beheerst en een vergelijking gemaakt worden met de gemiddelde leeftijd van verwerving.5. Literatuurverwijzingen
Annamalai, E. & Steever, S.B. (2015). Modern Tamil, in Steever, S.B. (Eds), The Dravidian Languages. [Epub], London: Routledge.Dhanavendan, K. & Raja, L.R. (2016). Phonological process of 2.6 to 6 years old typically developing Tamil speaking children. International Journal of Innovative Research and Advanced Studies, 3 (5), pp. 199-204.
Emmanuel, X. (2008). Syllable structure of Tamil dialects. Syllable structure in Tamil: A case study of the Eastern perspective. (master thesis) University College London, Londen.
Keane, E. (2004). Tamil. Journal of the International Phonetic Association, 34 (1), pp. 111–116.
Kumar, M. Dhanalakshmi, V. Soman, K.P & Rajendran, S. (2010). A Sequence Labeling Approach to Morphological Analyzer for Tamil Language. International Journal on Computer Science and Engineering, 02 (06), pp. 1944-1951.
Lakshmanan, U. (2006). Assessing Linguistic Competence: Verbal Inflection in Child Tamil. Language Assessment Quarterly, 3 (2), pp. 171-205.
Lakshmanan, U. (2010). The aquisition of relative clauses by Tamil children. Journal of Child Language, (27), pp. 587-617.
Lust, B.C., Wali, K., Gair, J.W., Subbarao, K.V. & Gruyter, W. De (2000). Lexical Anaphors and pronouns in selected South Asian languages: A principled typology. Berlin: Walter de Gruyter GmbH & Co.
Narasimhan, B. & Gullberg, M. (2011). The role of input frequency and semantic transparency in the acquisition of verb meaning: evidence from placement verbs in Tamil and Dutch. Journal of Child Language, (38), pp. 504-532.
Narayanan, S. Byrd, D. & Kaun, A. (1999). Geometry, kinematics, and acoustics of Tamil liquid consonants, Acoustical Society of America, 106 (4), pp. 1.
Ramadoss, D. & Amritavalli, R. (2007). The aquisition of functional categories in Tamil with special reference to negation. Nanzan Linguistics, 1 (1), pp. 67-84.
Sethuraman, N. & Smith, L.B. (2010). Cross-linguistic differences in talking about scenes. Journal of pragmatics, 42, pp. 2978-2991.
Schiffman, H. F. (2003). The Tamil Case System. University of Pennsylvania.
Schiffman, H. F. (1999). A Reference Grammar of Spoken Tamil. New York: Cambridge University Press.
Shakeela, S. & Hettiarachchi, S. (2013). Typical phonemic and phonological development of three yearold Sri Lankan Tamil-speaking children in the Colombo district. University of Kelaniya.
Tamil Script Learners Manual (2017). Transliteration Charts. The University of Texas at Austin. Geraadpleegd op 3 januari 2017, http://sites.la.utexas.edu/tamilscript/charts.
Thangarajan, R., Natarajan, A.M. & Selvam, M. (2008). Word and Triphone Based Approaches in Continuous Speech Recognition for Tamil Language, WSEAS Transactions on Signal Processing, 3 (4), pp. 76-85.
Thangarajan, R., Natarajan, A.M. & Selvam, M. (2009). Syllable modeling in continuous speech recognition for Tamil language, International Journal of Speech Technology, 12, pp. 47–57.
Theophilus, C. & Rhenius, E. (1846). A grammar of the Tamil language. P.R. Hunt: American Mission Press.
Vedhasorubini, K.M. & Chengappa, S.K. (2012). Manual for enhancement of syntax in Tamil for children with language impairments. Language in India, 12 (9), pp. 641-655.